ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0835
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.P. Kijlstra
- W.H. van Benthem
- M.C.J. Rozijn
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering voor verkrachtingszaak, weigering voor verkeersdelict
De rechtbank Amsterdam behandelde op 16 oktober 2012 de vordering tot overlevering van een persoon uit Nederland aan Bulgarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). Het EAB betrof twee vonnissen: een voor een verkrachtingszaak en een voor een verkeersdelict. De opgeëiste persoon was niet persoonlijk verschenen bij de zitting die tot het vonnis leidde, maar was wel vertegenwoordigd door een advocaat die hij zelf had gemachtigd.
De verdediging voerde aan dat de informatie over de verdediging onjuist was en dat de opgeëiste persoon niet correct was geïnformeerd, wat een weigeringsgrond zou opleveren volgens artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW). De rechtbank oordeelde dat de beslissing tot tenuitvoerlegging van een voorwaardelijke straf geen vonnis is in de zin van artikel 12 OLW Pro en dat de opgeëiste persoon adequaat was vertegenwoordigd tijdens de relevante zitting.
De rechtbank stelde vast dat het feit van verkrachting op de lijst van bijlage 1 OLW staat en dat de straf in Bulgarije een vrijheidsstraf van ten minste drie jaar betreft, wat voldoet aan de voorwaarden voor overlevering. Voor het verkeersdelict werd de overlevering geweigerd omdat de Nederlandse wetgeving geen vrijheidsstraf van twaalf maanden of meer kent voor dat feit.
De verdediging voerde ook aan dat overlevering zou leiden tot een flagrante schending van fundamentele rechten vanwege de omstandigheden in Bulgaarse gevangenissen. De rechtbank vond dit onvoldoende onderbouwd en verwierp dit verweer. De overlevering werd toegestaan voor de verkrachtingszaak en geweigerd voor het verkeersdelict.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering toe voor de verkrachtingszaak en weigert deze voor het verkeersdelict.