ECLI:NL:RBAMS:2012:BW8975
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte voor roekeloos rijden met letsel en geweldpleging
De rechtbank Amsterdam behandelde op 30 maart 2012 de vordering tot overlevering van een Poolse verdachte aan het Verenigd Koninkrijk op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte werd verdacht van roekeloos rijden met lichamelijk letsel en openlijk geweld plegen, waarvoor in het VK vrijheidsstraffen waren opgelegd.
De verdediging voerde aan dat overlevering moest worden geweigerd op grond van artikel 12 Overleveringswet Pro, omdat de verdachte niet in persoon aanwezig was bij de inhoudelijke behandeling die tot het vonnis leidde. De rechtbank oordeelde echter dat de verdachte op de eerste zitting was vertegenwoordigd door een gemachtigde advocaat en dat dit voldeed aan de voorwaarden van artikel 12, zodat de weigeringsgrond niet van toepassing was.
Verder stelde de rechtbank vast dat de feiten waarvoor overlevering werd verzocht, zowel naar het Britse als naar het Nederlandse recht strafbaar zijn en dat de strafbedreiging in Nederland ten minste twaalf maanden gevangenisstraf bedraagt. De rechtbank concludeerde dat het EAB aan de wettelijke eisen voldoet en geen andere weigeringsgronden aanwezig zijn.
Daarom werd de overlevering toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen in het Verenigd Koninkrijk. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan het Verenigd Koninkrijk toe voor de tenuitvoerlegging van vrijheidsstraffen.