ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3166
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- B. van Berge Henegouwen
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Ontslag van rechtsvervolging wegens begunstiging na moord door schoonmaken en vernietigen van sporen
Op 7 april 2006 werd [slachtoffer] vermoord. Verdachte en medeverdachte 1 haalden het slachtoffer en diens reisgenoot op van Schiphol en reden samen naar Haarlem en Amsterdam. Na de moord op het slachtoffer maakten verdachte en medeverdachte 1 de auto schoon waarin het misdrijf had plaatsgevonden, gooiden kledingstukken met sporen weg en verbrandden autopapieren.
De rechtbank achtte de begunstiging door verdachte bewezen, gezien het schoonmaken van de auto, het benaderen van een autosloperij, het betalen voor het vernietigen van de auto en het weggooien van kleding en papieren. De strafbaarheid van het feit werd bevestigd, maar de rechtbank oordeelde dat verdachte op grond van artikel 189 lid 3 Sr Pro niet strafbaar was omdat hij redelijkerwijs mocht aannemen dat hij na de moord in de auto een verdenking zou krijgen. Het handelen was ingegeven om vervolging voor zichzelf te voorkomen.
Daarom werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 20 juli 2012 na meerdere zittingen in juni en juli 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt ontslagen van alle rechtsvervolging wegens begunstiging na moord op grond van artikel 189 lid 3 Sr.