ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3167
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.M.J. Lommen-van Alphen
- B. van Berge Henegouwen
- C.W. Inden
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak medeplegen moord en ontslag van rechtsvervolging voor begunstiging na misdrijf
De rechtbank Amsterdam behandelde twee zaken tegen verdachte, samengevoegd tot één procedure. In zaak A werd verdachte beschuldigd van medeplegen van moord en het bezit van een vuurwapen; in zaak B van begunstiging na het plegen van dat misdrijf.
Na uitgebreid onderzoek en meerdere zittingen oordeelde de rechtbank dat het bewijs onvoldoende was om verdachte te veroordelen voor medeplegen van moord en wapenbezit. De rechtbank stelde vast dat verdachte niet nauw en bewust had samengewerkt bij het plegen van de moord en dat het moordwapen niet kon worden vastgesteld.
Voor het feit van begunstiging, bestaande uit het schoonmaken en laten verdwijnen van een auto en het verbranden van autopapieren, achtte de rechtbank verdachte wel schuldig. Echter, op grond van artikel 189, derde lid, Wetboek van Strafrecht, werd verdachte ontslagen van alle rechtsvervolging omdat hij handelde met het oogmerk vervolging voor zichzelf te voorkomen.
De benadeelde partijen werden niet-ontvankelijk verklaard in hun vorderingen omdat geen straf of maatregel was opgelegd. De rechtbank sprak verdachte vrij van de ten laste gelegde feiten in zaak A en ontsloeg hem van rechtsvervolging voor het bewezen verklaarde in zaak B.
Uitkomst: Verdachte vrijgesproken van medeplegen moord en ontslagen van rechtsvervolging voor begunstiging na misdrijf.