ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3183
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.J. Tijselink
- L.C. Bachrach
- A.J. Bongers-Scheijde
- Rechtspraak.nl
Geen appellabiliteit van mededelingen handhavingsverzoeken passagiersluchtvaart
De rechtbank Amsterdam behandelde meerdere zaken waarin de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij (KLM) bezwaar maakte tegen mededelingen van de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu over het toewijzen van handhavingsverzoeken van passagiers wegens langdurige vluchtvertragingen. De kernvraag was of deze mededelingen als besluiten in de zin van artikel 1:3 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) konden worden aangemerkt, zodat bezwaar en beroep mogelijk waren.
De rechtbank stelde vast dat de mededelingen geen concrete handhavingsmaatregelen bevatten en dat er geen daadwerkelijk handhavend optreden had plaatsgevonden. Jurisprudentie leert dat een bestuurlijk rechtsoordeel alleen in uitzonderlijke gevallen als besluit kan gelden, namelijk als het voor betrokkenen onevenredig bezwarend is om te wachten op een concreet besluit. Dit was hier niet het geval.
De rechtbank overwoog verder dat het handhavingsbeleid van de staatssecretaris weliswaar voorziet in een trapgewijs systeem van klachtbehandeling, maar dat de mededelingen over de toewijzing van handhavingsverzoeken geen zelfstandige rechtsgevolgen hebben. Ook de beoogde versterking van de bewijspositie van passagiers in civiele procedures leidt niet tot appellabiliteit.
Daarom verklaarde de rechtbank de bezwaren van KLM niet-ontvankelijk en vernietigde de bestreden besluiten. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van het door KLM betaalde griffierecht en proceskosten. De uitspraak trad in de plaats van de vernietigde besluiten.
Uitkomst: De rechtbank oordeelt dat de mededelingen over toegewezen handhavingsverzoeken geen besluiten zijn en verklaart de bezwaren niet-ontvankelijk.