ECLI:NL:RBAMS:2012:BX3746
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming overlevering verdachte medeplichtigheid aan dodelijk verkeersongeval
De rechtbank Amsterdam behandelde de vordering tot overlevering van een verdachte aan Hongarije op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte wordt verdacht van medeplichtigheid aan een verkeersongeval waarbij een dode viel, en van diefstal door braak. De officier van justitie stelde dat het feit voldoet aan de eis van dubbele strafbaarheid en dat medeplichtigheid aan een culpoos delict strafbaar is in Nederland.
De verdediging voerde aan dat het feit volgens Hongaars recht een zelfstandig strafbaar feit is dat in Nederland niet bestaat, en dat de deelnemingsvorm niet van toepassing is. De rechtbank volgde echter de officier van justitie en oordeelde dat het feit ook naar Nederlands recht strafbaar is als medeplichtigheid aan overtreding van de Wegenverkeerswet 1994 met dodelijke afloop.
De rechtbank stelde vast dat de feiten zowel in Hongarije als Nederland strafbaar zijn en dat de strafmaxima voldoen aan de eisen van de Overleveringswet. Er waren geen weigeringsgronden voor overlevering. Daarom werd de overlevering toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen.
De uitspraak werd gedaan door mr. J.J. Bade, voorzitter, en de rechters H.P. Kijlstra en V.V. Essenburg op 29 mei 2012. Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Hongarije toe voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraffen.