ECLI:NL:RBAMS:2012:BX5017
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning dakterras ondanks strijd met bestemmingsplan
De zaak betreft een beroep van eiser tegen de verlening van een omgevingsvergunning aan vergunninghouder voor het plaatsen van een dakterras dat in strijd is met het bestemmingsplan. Verweerder verleende de vergunning met toepassing van artikel 2.12, eerste lid, sub a, onder 2, van de Wabo in samenhang met artikel 4, vierde lid, van bijlage II van het Bor.
De bezwaaradviescommissie had geadviseerd het bezwaar gegrond te verklaren vanwege het ontbreken van een goede ruimtelijke onderbouwing, maar verweerder handhaafde het besluit na een aanvullende ruimtelijke toets. De rechtbank toetste of verweerder bij belangenafweging in redelijkheid tot vergunningverlening kon besluiten.
De rechtbank oordeelde dat het dakterras voldoet aan de afstandscriteria uit het bestemmingsplan, met minimaal 2 meter afstand tot binnenhoven en een terugliggende plaatsing achter een denkbeeldige hellingshoek van 45 graden. De erfgrens kan niet gelijkgesteld worden aan de dakrand, waardoor privacy niet wordt geschonden. Ook is geen sprake van strijd met artikel 5:50 BW Pro omdat het uitzicht niet recht op het erf van eiser is gericht.
Verder is de vrees voor geluidsoverlast onvoldoende onderbouwd en niet zodanig dat de vergunning onredelijk is. De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en ziet geen aanleiding tot vergoeding van griffierecht.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning voor het dakterras wordt ongegrond verklaard.