ECLI:NL:RBAMS:2012:BX8694
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- W.F. Korthals Altes
- J.L. Hillenius
- B.T. Beuving
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak meineed na vrijspraak hoofdzaak valsheid in geschrift
Verdachte werd vervolgd wegens meineed nadat hij als getuige in een strafzaak tegen een medeverdachte een verklaring had afgelegd die volgens het openbaar ministerie vals was. De hoofdzaak betrof medeplegen van valsheid in geschrift met betrekking tot een vals persbericht over een mogelijke overname door telecombedrijven.
De rechtbank had verdachte eerder veroordeeld voor medeplegen van valsheid in geschrift, maar het gerechtshof sprak verdachte in hoger beroep vrij wegens onvoldoende bewijs. Het hof motiveerde de vrijspraak niet, wat door de rechtbank werd betreurd, vooral omdat de meineedzaak nauw verweven was met de hoofdzaak.
Na uitgebreide beoordeling concludeerde de rechtbank dat het hof de verklaring van verdachte kennelijk geloofwaardig achtte en dat er geen overtuigend bewijs was dat verdachte opzettelijk vals had verklaard. Daarom sprak de rechtbank verdachte vrij van meineed.
De rechtbank benadrukte het belang van motivering bij vrijspraken, zeker wanneer grote persoonlijke belangen op het spel staan. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige strafkamer op 6 augustus 2012.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van meineed wegens onvoldoende bewijs.