ECLI:NL:RBAMS:2012:BY1352
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voortzetting huurovereenkomst door meerderjarig kind na overlijden medehuurder
De zaak betreft een geschil over de voortzetting van een huurovereenkomst na het overlijden van de moeder, die samen met de vader huurder was van een woning te Amsterdam. De moeder is in 2010 overleden, waarna het meerderjarig kind verzocht de huurovereenkomst voort te zetten op zijn naam op grond van artikel 7:268 BW Pro.
De kantonrechter stelt vast dat de huurovereenkomst met beide ouders is aangegaan en dat de vader, ondanks dat hij de woning in 1997/1998 heeft verlaten, nog steeds huurder is omdat de verhuurder niet heeft ingestemd met zijn vertrek uit de overeenkomst. Hierdoor wordt de huurovereenkomst voortgezet op naam van de vader.
Omdat de huurovereenkomst niet alleen op naam van de moeder stond en de vader als medehuurder de overeenkomst voortzet, is artikel 7:268 BW Pro niet van toepassing. Het meerderjarig kind kan daarom niet vorderen dat de huurovereenkomst op zijn naam wordt voortgezet. Ook andere vorderingen zoals medehuur of contractsovername zijn niet ingediend, zodat daarover niet wordt beslist.
De kantonrechter wijst het verzoek van het kind af en veroordeelt hem in de proceskosten van de tegenpartij.
Uitkomst: Verzoek tot voortzetting huurovereenkomst door meerderjarig kind na overlijden moeder wordt afgewezen.