ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2649
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel ondanks verzetgarantie
De rechtbank Amsterdam behandelde op 4 september 2012 een verzoek tot overlevering van een persoon aan Roemenië op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB). De verdachte was veroordeeld tot een gevangenisstraf van zes jaar wegens georganiseerde diefstal, waarbij het vonnis in zijn afwezigheid was uitgesproken. De verdediging voerde aan dat de verdachte geen eerlijk proces zou krijgen en dat de verzetgarantie onvoldoende was.
De rechtbank onderzocht de identiteit van de verdachte en stelde vast dat het EAB voldeed aan de wettelijke vereisten. De rechtbank oordeelde dat de verzetgarantie, die de mogelijkheid biedt tot een nieuwe inhoudelijke behandeling van de zaak in Roemenië, voldoende was, ondanks het gebruik van de term "may be" in het EAB. Tevens ontbraken concrete aanwijzingen voor een flagrante schending van fundamentele rechten volgens artikel 11 van Pro de Overleveringswet.
Gelet op het interstatelijk vertrouwensbeginsel en de naleving van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM) door Roemenië, wees de rechtbank het verweer af en stond de overlevering toe. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Roemenië toe voor de tenuitvoerlegging van een gevangenisstraf van zes jaar.