ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2931
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot overlevering van Nederlander aan België voor strafrechtelijk onderzoek wegens drugshandel
De Rechtbank Amsterdam behandelde op 9 november 2012 een vordering tot overlevering van een Nederlandse verdachte aan België op grond van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door het Parket van de Procureur des Konings te Brussel. De verdachte wordt verdacht van illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, waarvoor in België een gevangenisstraf van vijf jaar is opgelegd bij verstek.
De verdediging voerde aan dat het EAB innerlijk tegenstrijdig was en dat overlevering geweigerd moest worden op grond van artikel 12 van Pro de Overleveringswet (OLW), omdat het vonnis nog niet onherroepelijk was. De rechtbank verwierp deze verweren, stellende dat het EAB duidelijk strekt tot vervolging en dat de verdachte recht heeft op een verzetprocedure in België.
De rechtbank oordeelde dat de strafbare feiten ook onder Nederlands recht strafbaar zijn en dat de door België gegeven garantie dat de verdachte zijn straf in Nederland kan uitzitten, voldoende is. De rechtbank wees op het overgangsrecht van de Wet wederzijdse erkenning en tenuitvoerlegging vrijheidsbenemende en voorwaardelijke sancties (WETS), dat sinds 1 november 2012 geldt en waarbij alleen de terugkeergarantie vereist is, niet de omzettingsgarantie.
Gelet op het ontbreken van weigeringsgronden en de geldigheid van het EAB, besloot de rechtbank de overlevering toe te staan. De rechtbank is niet bevoegd om beslissingen van de minister over de teruglevering te toetsen. Tegen deze uitspraak is geen gewoon rechtsmiddel mogelijk.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de Nederlandse verdachte aan België toe voor strafrechtelijk onderzoek wegens drugshandel.