ECLI:NL:RBAMS:2012:BY2943
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van opzettelijk valse getuigenverklaring
De rechtbank Amsterdam behandelde de zaak tegen verdachte die werd beschuldigd van het opzettelijk afleggen van een valse getuigenverklaring bij de kantonrechter in een civiele procedure tussen haar echtgenoot en Dexia Bank Nederland N.V.
De officier van justitie stelde dat verdachte onwaarheden had verteld over het tijdstip waarop zij haar echtgenoot had geïnformeerd over een contract met Dexia. De verdediging voerde aan dat verdachte zich mogelijk vergist had en niet opzettelijk had gelogen.
De rechtbank oordeelde dat het bewijs van de officier van justitie vooral steunde op verklaringen van de echtgenoot, die niet als getuige in deze strafzaak was gehoord. Gezien de aparte administratie en het feit dat zij elkaars post niet openen, achtte de rechtbank het mogelijk dat verdachte zich vergist had.
Daarom was er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs om opzet vast te stellen en sprak de rechtbank verdachte vrij van de tenlastelegging.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs van opzettelijk valse getuigenverklaring.