ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6139
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstandsuitkering wegens onduidelijke woonsituatie en schending inlichtingenplicht
Eiser ontving sinds 1999 een bijstandsuitkering en stond sinds augustus 2010 met zijn gezin ingeschreven in Groot-Brittannië, waar ook kinderbijslag en bijstand werden ontvangen. Verweerder ontving een melding dat eiser zijn woning mogelijk onderverhuurde, waarna een onderzoek werd ingesteld. Verweerder trok de bijstand en langdurigheidstoeslag over de periode 28 augustus 2010 tot en met 30 april 2011 in en vorderde terugbetaling van €13.432,35.
Eiser betwistte de intrekking en stelde dat verweerder gebruik had gemaakt van onrechtmatig verkregen bewijs. De rechtbank oordeelde dat de informatie niet als onrechtmatig bewijs kon worden aangemerkt en dat verweerder een zelfstandig onderzoek had verricht. De rechtbank stelde vast dat eiser zijn woonadres niet duidelijk had opgegeven, waardoor het recht op bijstand niet kon worden vastgesteld.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het recht op bijstand had ingetrokken wegens schending van de inlichtingenplicht en dat de terugvordering gerechtvaardigd was. Het beroep van eiser werd ongegrond verklaard zonder proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt de intrekking van de bijstandsuitkering wegens schending van de inlichtingenplicht.