ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6337

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
7 november 2012
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
13/850946-11
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588 lid 3 sub c Wetboek van Strafvordering
Verwijzingen
2 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding wegens onjuiste betekening bij anti-kraak demonstraties

De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 november 2012 een strafzaak betreffende beperkingen opgelegd door de burgemeester aan anti-kraak en 1 mei demonstraties. De burgemeester had onrechtmatig beperkingen opgelegd omdat de demonstraties niet ter kennis waren gebracht, waardoor de burgemeester niet bevoegd was die beperkingen te stellen.

De zaak richtte zich vervolgens op de geldigheid van de dagvaarding van de verdachte. De oproeping was op 22 oktober 2012 aangeboden op het adres van de verdachte, maar de uitreiking aan de griffier vond plaats op 23 oktober 2012. Hierdoor werd niet voldaan aan de vereiste wettelijke termijn van minstens vijf dagen tussen betekening en zitting.

Omdat de dagvaarding niet op de wettelijk voorgeschreven wijze was betekend en de verdachte niet op de terechtzitting verscheen, verklaarde de rechtbank de dagvaarding nietig. De verdachte werd ontslagen van rechtsvervolging. De voorzitter kon het vonnis niet ondertekenen wegens afwezigheid.

Uitkomst: De dagvaarding is nietig verklaard wegens niet-naleving van de wettelijke betekeningstermijn, waardoor de verdachte is ontslagen van rechtsvervolging.

Uitspraak

RECHTBANK AMSTERDAM
VONNIS
Parketnummer: 13/850946-11
Datum uitspraak: 7 november 2012
Vonnis van de rechtbank Amsterdam, meervoudige strafkamer (Europese Kamer Strafrecht), in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren te [plaats] op [1985],
ingeschreven in de gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens op het adres [adres], [postcode] [plaats].
1. Geldigheid van de dagvaarding
Uit het onderzoek ter terechtzitting is het volgende gebleken.
De oproeping van verdachte voor de onderhavige terechtzitting is op 22 oktober 2012 aangeboden op het adres waar verdachte was ingeschreven in de basisadministratie persoonsgegevens. Vervolgens is de akte van uitreiking op 23 oktober uitgereikt aan de griffier van de rechtbank en is daarin vermeld dat was gebleken dat de verdachte op de dag van aanbieding en ten minste vijf dagen daarna als ingezetene was ingeschreven op het in de mededeling vermelde adres. Met die uitreiking is dus niet, zoals ingevolge artikel 588 lid 3 sub c Wetboek Pro van Strafvordering wel is vereist, minstens vijf dagen gewacht. Daarmee is de oproeping niet op de bij de wet voorgeschreven wijze betekend, zodat die dagvaarding, nu verdachte niet op de terechtzitting is verschenen, nietig dient te worden verklaard.
2. Beslissing
De rechtbank komt op grond van het voorgaande tot de volgende beslissing.
Verklaart de oproeping nietig.
Dit vonnis is gewezen door
mr. W.F. Korthals Altes, voorzitter,
mrs. H.P. Kijlstra en T.H. van Voorst Vader, rechters,
in tegenwoordigheid van mr. P.C.N. van Gelderen, griffier,
en uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 7 november 2012.
De voorzitter is buiten staat te ondertekenen.