ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6865
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Bezwaar tegen overdracht gevangenisstraf aan Franse autoriteiten gegrond verklaard wegens ontbreken redelijke belangenafweging
De veroordeelde, van Franse nationaliteit en gedetineerd in een Penitentiair Psychiatrisch Centrum in Nederland, maakte bezwaar tegen het voornemen van de Minister van Veiligheid en Justitie om de verdere tenuitvoerlegging van zijn gevangenisstraf van 12 jaar over te dragen aan de Franse autoriteiten. De rechtbank heeft het bezwaarschrift ontvankelijk verklaard en inhoudelijk behandeld.
De rechtbank constateerde dat het initiatief tot overdracht niet van het Openbaar Ministerie was uitgegaan en dat het advies van de officier van justitie niet voldeed aan de eis van een met redenen omkleed advies zoals voorgeschreven in artikel 51 van Pro de WOTS. Daarnaast ontbrak een belangenafweging door de Minister waarbij zowel de belangen van een goede rechtsbedeling als die van de veroordeelde werden meegewogen.
De raadsvrouw van de veroordeelde betoogde dat de overdracht niet in het belang is van een goede rechtsbedeling, mede vanwege de ernstige psychische aandoeningen van de veroordeelde en het belang van voortzetting van zijn behandeling in Nederland. De rechtbank oordeelde dat de Minister niet in redelijkheid tot zijn beslissing kon komen en verklaarde het bezwaar gegrond.
Hiermee werd het voornemen tot overdracht aan de Franse autoriteiten vernietigd, zodat de tenuitvoerlegging van de straf in Nederland kan worden voortgezet.
Uitkomst: Het bezwaar van de veroordeelde tegen het voornemen tot overdracht van zijn gevangenisstraf aan Frankrijk is gegrond verklaard en het voornemen vernietigd.