ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6899
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- S.I.A.C. Angenent - Bakker
- G. Guinau
- A.M.I. van der Does
- Rechtspraak.nl
Beëindiging subsidierelatie Stichting Rozentheater en redelijke termijn volgens artikel 4:51 Awb
Stichting Rozentheater ontving subsidie van de gemeente Amsterdam voor theaterprojecten gericht op jongeren. Bij besluit van 19 december 2011 informeerde de gemeente dat de subsidierelatie per 31 december 2012 zou worden beëindigd vanwege een wijziging in het subsidiebeleid. De stichting maakte bezwaar tegen deze beëindiging, met name over de aanvang en duur van de redelijke termijn en de vergoeding van frictiekosten zoals ontslagvergoedingen.
De rechtbank stelt vast dat de redelijke termijn volgens artikel 4:51 van Pro de Awb aanvangt bij het primaire besluit van 19 december 2011, omdat de stichting toen voldoende duidelijkheid had over de beëindiging. De termijn van ruim een jaar is volgens de rechtbank redelijk en voldoende om langlopende verplichtingen af te wikkelen en personeel op rechtmatige wijze te ontslaan.
Verder oordeelt de rechtbank dat er geen wettelijke grondslag bestaat om frictiekosten te vergoeden, omdat artikel 4:51 Awb Pro dit niet voorziet en de gemeente geen invloed had op de aanstelling van personeel. Het beroep van de stichting wordt daarom ongegrond verklaard en de subsidiebeëindiging wordt bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van Stichting Rozentheater wordt ongegrond verklaard en de subsidiebeëindiging per 31 december 2012 bevestigd zonder vergoeding van frictiekosten.