ECLI:NL:RBAMS:2012:BY6930
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering bijstand wegens verblijf buitenland niet gegrond verklaard
Eiser werd door verweerder geconfronteerd met een herziening van zijn bijstandsuitkering en een terugvordering van €3.232,61, omdat hij volgens verweerder langer dan de toegestane vier weken in 2010 in het buitenland verbleef zonder dit te melden. Verweerder baseerde dit op passenger search results uit het Verenigd Koninkrijk, waaruit meerdere buitenlandse verblijven werden afgeleid.
Eiser voerde aan dat hij in de betwiste perioden niet in het buitenland verbleef, onderbouwd met een bewijs van aanwezigheid bij een CoVa-training in Nederland en persoonlijke meldingen bij zijn klantmanager. De rechtbank stelde vast dat eiser ten minste op dertien dagen in de eerste periode aanwezig was in Nederland en dat de gegevens van de passenger search results niet aannemelijk maakten dat eiser de toegestane vier weken verblijf in het buitenland had overschreden.
De rechtbank oordeelde dat verweerder onvoldoende bewijs had geleverd voor het overschrijden van de verblijfstermijn en dat eiser niet kon worden verweten de verblijfperiodes niet te hebben gemeld. Het beroep werd gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het primaire besluit herroepen. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en het bestreden besluit vernietigd wegens onvoldoende bewijs van overschrijding verblijf buitenland.