ECLI:NL:RBAMS:2012:BY7659
Rechtbank Amsterdam
- Wraking
- J.A.J. Peeters
- N.C.H. Blankevoort
- C.L.J.M. de Waal
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek wegens onjuiste veronderstellingen en misbruik wrakingsinstrument
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die haar civiele zaak behandelt, omdat zij meent dat de advocaat van de wederpartij onrechtmatig over een beslissing van de kantonrechter beschikt. Volgens haar is het onwaarschijnlijk dat de advocaat deze informatie heeft zonder dat zij daarvan op de hoogte is gesteld, wat aanleiding geeft tot twijfel over de onpartijdigheid van de rechter.
De wrakingskamer beoordeelt het verzoek en constateert dat er geen feitelijke grondslag is voor de veronderstelling dat er al een beslissing is genomen in de bodemprocedure. Het enige besluit was een tussenvonnis waarbij een comparitie van partijen is gelast, wat geen inhoudelijke beslissing betreft. De vermeende kennis van de advocaat berust op een misverstand van verzoekster.
Daarom wordt het wrakingsverzoek als kennelijk ongegrond afgewezen. De wrakingskamer bepaalt tevens dat toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekster tegen dezelfde rechter niet in behandeling worden genomen, omdat het huidige verzoek misbruik van het wrakingsinstrument vormt en de voortgang van de hoofdzaak belemmert.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en toekomstige wrakingsverzoeken van verzoekster tegen dezelfde rechter worden niet in behandeling genomen.