ECLI:NL:RBAMS:2012:BY8900
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- H.A. van Eijk
- P.B. Martens
- H.J. Bunjes
- Rechtspraak.nl
Bevel tot DNA-afname bij veroordeelde gebruik vervalst geschrift voldoet aan wettelijke eisen
Veroordeelde is veroordeeld wegens het opzettelijk gebruik van een vervalst geschrift, een vervalste werkgeversverklaring. De officier van justitie gaf een bevel tot afname van celmateriaal voor DNA-onderzoek, waarop veroordeelde bezwaar maakte. De rechtbank behandelde het bezwaar en stelde vast dat het bevel binnen de wettelijke kaders valt.
De verdediging voerde aan dat het misdrijf en de omstandigheden van de zaak zodanig zijn dat DNA-afname niet van belang is voor opsporing of vervolging, verwijzend naar de Memorie van Toelichting waarin valsheid in geschrift als uitzondering wordt genoemd. De rechtbank overwoog echter dat de wetgever geen misdrijf uitdrukkelijk heeft uitgesloten en dat de uitzonderingen beperkt moeten worden uitgelegd.
De rechtbank concludeerde dat ondanks het karakter van het misdrijf, het concrete geval en de eerdere contacten van veroordeelde met justitie een voldoende grond vormen om DNA-afname te rechtvaardigen. Het bezwaar werd daarom ongegrond verklaard en de beslissing is onherroepelijk.
Uitkomst: Het bezwaar tegen het bevel tot DNA-afname wordt ongegrond verklaard.