ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0348
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geen recht op kinderbijslag wegens niet-rechtmatig verblijf volgens Koppelingswet en Hoge Raad
Eiseres, met Turkse nationaliteit en zonder rechtmatig verblijf in Nederland, verzocht kinderbijslag voor haar in Nederland verblijvende zoon. Verweerder weigerde dit op grond van artikel 6, tweede lid, van de Algemene Kinderbijslagwet (AKW), dat vreemdelingen zonder rechtmatig verblijf uitsluit van kinderbijslag.
De rechtbank baseert zich op het arrest van de Hoge Raad van 23 november 2012, waarin werd geoordeeld dat deze uitsluiting een legitiem en proportioneel doel dient en niet in strijd is met internationale verdragen zoals het EVRM, IVBPR en IVRK. De Hoge Raad bevestigde de ruime beoordelingsvrijheid van de Staat in sociale zekerheidskwesties en de eigen verantwoordelijkheid van ouders.
Eiseres voerde aan dat haar lange verblijf en integratie van haar zoon in Nederland recht op kinderbijslag rechtvaardigen, en verwees naar eerdere uitspraken van de Centrale Raad van Beroep en het Hof van Justitie EU. De rechtbank acht deze argumenten niet overtuigend en volgt het oordeel van de Hoge Raad.
Het beroep wordt ongegrond verklaard en er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak bevestigt de toepassing van de Koppelingswet en de rechtmatigheid van het onderscheid naar verblijfsstatus bij kinderbijslag.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de weigering van kinderbijslag wordt ongegrond verklaard vanwege het ontbreken van rechtmatig verblijf.