ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ0407
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor het voorhanden hebben en vervoeren van valse betaalpassen
De rechtbank Amsterdam heeft verdachte veroordeeld voor het opzettelijk voorhanden hebben en vervoeren van meerdere valse en/of vervalste betaalpassen, terwijl hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat deze passen bestemd waren voor gebruik als ware ze echt en onvervalst.
Verdachte werd aangehouden na een melding van een medewerker van GWK, die verdachte herkende in verband met transacties met valse creditcards. De rechtbank oordeelde dat de aanhouding rechtmatig was ondanks dat achteraf bleek dat het paspoort van verdachte echt was en de informatie deels onjuist.
Ten aanzien van een geldbedrag van 3.200 euro dat verdachte wilde overmaken, sprak de rechtbank verdachte vrij van witwassen omdat er onvoldoende bewijs was dat het geld uit een misdrijf afkomstig was. Wel achtte de rechtbank bewezen dat verdachte zes van de acht betaalpassen vals of vervalst had en dat hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat dit het geval was.
De rechtbank legde een gevangenisstraf van 150 dagen op, waarvan 76 dagen niet ten uitvoer worden gelegd, met een proeftijd van twee jaar. De valse betaalpassen werden onttrokken aan het verkeer. Verdachte had geen eerdere veroordelingen voor soortgelijke feiten.
Uitkomst: Verdachte is veroordeeld tot 150 dagen gevangenisstraf, waarvan 76 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, wegens het voorhanden hebben en vervoeren van valse betaalpassen.