ECLI:NL:GHSGR:2008:BC6500
Gerechtshof 's-Gravenhage
- Hoger beroep
- J. Borgesius
- C.G.M. van Rijnberk
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs witwassen grote contante geldbedragen
De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 36 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, voor witwassen en heling van grote contante geldbedragen in de periode maart 2001 tot april 2002. Het hof onderzocht of de geldbedragen daadwerkelijk van criminele oorsprong waren. De rechtbank had geoordeeld dat de legale herkomst onvoldoende was onderbouwd en dat de geldbedragen vermoedelijk crimineel waren verkregen.
Het hof constateerde echter dat er geen direct bewijs was dat het geld van een misdrijf afkomstig was. De investeerder van wie het geld afkomstig zou zijn, en zijn broer, waren weliswaar later veroordeeld voor Opiumwet-gerelateerde feiten, maar deze feiten hadden geen verband met de periode van de tenlastelegging. De verklaring van een getuige werd als ongeloofwaardig beoordeeld.
De verdachte had een concrete en verifieerbare verklaring gegeven over de herkomst van het geld, namelijk dat het afkomstig was uit de winst van cambio-ondernemingen in Nederland en Suriname. Diverse getuigen bevestigden dat deze herkomst plausibel was. Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie onvoldoende onderzoek had gedaan naar deze alternatieve legale herkomst. Omdat niet met voldoende zekerheid kon worden vastgesteld dat het geld crimineel was, sprak het hof de verdachte vrij van alle tenlastegelegde feiten en gelastte de teruggave van de inbeslaggenomen geldbedragen.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van criminele herkomst van het geld.