ECLI:NL:RBAMS:2012:BZ8223
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toelaatbaarheid en strafoplegging bij overbrenging van Boliviaanse strafzaak naar Nederland
De rechtbank Amsterdam behandelde op 7 december 2012 de vordering tot tenuitvoerlegging in Nederland van een onherroepelijke gevangenisstraf van 10 jaar opgelegd door de Rechtbank 3 van het District Santa Cruz in Bolivia. De veroordeelde, met de Nederlandse nationaliteit en zonder vaste verblijfplaats in Nederland, was sinds 2007 in Bolivia gedetineerd en werd in het kader van het verdrag inzake de overbrenging van gevonniste personen overgebracht naar Nederland.
De rechtbank stelde vast dat het tenuitvoer te leggen vonnis voldoet aan de wettelijke en verdragelijke vereisten en dat het ten aanzien van een feit is gewezen dat ook naar Nederlands recht strafbaar is, te weten medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het verbod van de Opiumwet. De veroordeelde werkte mee aan de procedure en stemde in met zijn overbrenging.
De officier van justitie vorderde een gevangenisstraf van 8 jaar en 6 maanden, met aftrek van de reeds in Bolivia doorgebrachte voorlopige hechtenis en strafuitvoering, terwijl de raadsman een straf van 8 jaar en 9 maanden bepleitte vanwege de gezondheidstoestand en resocialisatie. De rechtbank nam een straf op de hogere tredes van de Nederlandse oriëntatiepunten straftoemeting, hoger dan gebruikelijk in Nederland maar lager dan de Boliviaanse straf, en hield rekening met internationale gevoeligheden van drugsdelicten.
De rechtbank besloot de tenuitvoerlegging van de Boliviaanse straf toe te laten, legde een gevangenisstraf van 8 jaar en 9 maanden op en beval dat de in Bolivia doorgebrachte detentie en detentie in verband met overbrenging in mindering worden gebracht op de strafuitvoering in Nederland.
Uitkomst: De rechtbank verleent verlof tot tenuitvoerlegging en legt een gevangenisstraf van 8 jaar en 9 maanden op, met aftrek van reeds doorgebrachte detentie.