ECLI:NL:RBAMS:2013:3387
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Terugvordering te veel betaalde WAO-uitkering na administratieve fout
Eiser ontving een WAO-uitkering die bij besluit van 3 juni 1999 was herzien tot 70% arbeidsongeschiktheid, maar kreeg feitelijk een hoger bedrag uitbetaald. Verweerder stelde vast dat over de periode van 1 juli 1998 tot 31 oktober 2011 onverschuldigd €158.119,04 was betaald en vorderde dit terug. Eiser maakte bezwaar en stelde zich op het standpunt dat hem een gerechtvaardigd vertrouwen op de hogere uitkering toekwam.
De rechtbank oordeelde dat het bezwaar tijdig was ingediend, omdat eiser aannemelijk had gemaakt het primaire besluit pas op 20 januari 2012 te hebben ontvangen. Juridisch is vastgesteld dat verweerder verplicht is tot terugvordering van onverschuldigde betalingen, tenzij dringende redenen aanwezig zijn om daarvan af te zien.
De rechtbank vond dat het voor eiser redelijkerwijs duidelijk was dat hij een te hoog bedrag ontving en dat de administratieve fout van verweerder geen bijzondere omstandigheid vormde om terugvordering te weigeren. Het beroep op het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel slaagde daarom niet. Ook waren er geen dringende redenen die tot afzien van terugvordering konden leiden. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de terugvordering van de te veel betaalde WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard.