ECLI:NL:CRVB:2005:AU4804
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- K.J.S. Spaas
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering onverschuldigd betaalde WAO-uitkering zonder dringende reden tot kwijtschelding
Appellant ontving een WAO-uitkering die onverschuldigd was verhoogd door een loonsverhoging per 1 september 1999. Gedaagde stelde vast dat de uitkering vanaf die datum te hoog was uitbetaald en besloot tot terugvordering van het teveel betaalde bedrag.
Appellant voerde aan dat gedaagde hem in december 1999 had doen geloven dat de loonsverhoging geen gevolgen zou hebben voor zijn uitkering, dat hij onvoldoende werd geïnformeerd over de terugvordering en dat de lange termijn tussen de loonsverhoging en het terugvorderingsbesluit onredelijk was. Tevens stelde appellant dat zijn financiële situatie terugbetaling onmogelijk maakte.
De Raad oordeelt dat geen dringende redenen aanwezig zijn om van terugvordering af te zien. Er was geen ondubbelzinnige schriftelijke toezegging die het vertrouwensbeginsel schond, en appellant was op de hoogte van de materiële gevolgen van zijn inkomsten voor de uitkering. De vertraging in besluitvorming en de financiële situatie van appellant zijn onvoldoende uitzonderlijk om af te wijken van de hoofdregel.
Hierdoor wordt het bestreden besluit tot terugvordering van de WAO-uitkering bevestigd en het hoger beroep van appellant verworpen.
Uitkomst: De terugvordering van de onverschuldigd betaalde WAO-uitkering wordt bevestigd omdat geen dringende redenen tot kwijtschelding zijn aangetoond.