ECLI:NL:RBAMS:2013:4438
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering verhuis- en inrichtingskosten na renovatie woonruimte
De huurder, een 68-jarige vrouw, huurde sinds 1991 een woning die ernstige gebreken vertoonde. De verhuurders, die het pand in 2007 kochten, stelden een renovatievoorstel op dat door de huurder werd aanvaard zonder financiële vergoeding voor verhuis- en inrichtingskosten. Na de renovatie vorderde de huurder alsnog een vergoeding van €8.102,00, welke door de verhuurders werd betwist.
De kantonrechter oordeelde dat de huurder niet na aanvaarding van het renovatievoorstel alsnog aanspraak kan maken op vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten, tenzij zij bij aanvaarding een uitdrukkelijk voorbehoud had gemaakt of sprake was van een wilsgebrek. Daarnaast werd onderzocht of de vordering gegrond kon zijn op schadevergoeding wegens gebreken volgens artikel 7:208 BW Pro. De huurder slaagde er niet in concreet aan te tonen welke schadeposten niet onder het renovatievoorstel vielen.
De kantonrechter concludeerde dat de vordering niet toewijsbaar was en wees deze af. De huurder werd veroordeeld in de proceskosten, die nihil werden begroot omdat de verhuurders zich zonder gemachtigde verdedigden.
Uitkomst: De vordering tot vergoeding van verhuis- en inrichtingskosten wordt afgewezen.