Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering,
1.(Verder) verloop van de procedure
- de vader;
- mw. [A], namens het LJ&R;
- mw. [B], namens de Raad.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Amsterdam
De rechtbank Amsterdam behandelde een verzoek van het Leger des Heils Jeugdzorg & Reclassering (LJ&R) tot verlenging van de ondertoezichtstelling van een minderjarige voor zes maanden. De oorspronkelijke ondertoezichtstelling was op 24 december 2012 voor zes maanden toegekend met een aanhouding voor het resterende half jaar. Het doel was onder meer het opstarten van een omgangsregeling tussen de minderjarige en zijn vader, die sinds 2011 geen contact meer hadden.
Tijdens de procedure bleek dat het LJ&R de afgelopen zes maanden geen concrete acties had ondernomen om de omgang te bevorderen, mede door uitval van de gezinsvoogd. Hoewel er een advies was van Jeugd-riagg om video-interactieobservaties te laten plaatsvinden, was hier nog geen evaluatie van. De moeder en vader hadden aangegeven aan medewerking, maar de feitelijke voortgang ontbrak.
De kinderrechter stelde vast dat de stagnatie niet kon worden toegeschreven aan ziekte van de gezinsvoogd en dat het LJ&R had nagelaten te motiveren hoe een verlenging van de ondertoezichtstelling zou bijdragen aan herstel van de omgang. Gezien het gebrek aan vooruitgang en onvoldoende onderbouwing zag de rechtbank geen meerwaarde in verlenging van de ondertoezichtstelling en wees het verzoek af.
Uitkomst: Verzoek tot verlenging van de ondertoezichtstelling wordt afgewezen wegens gebrek aan voortgang en onvoldoende motivatie.