Op 5 januari 2012 sloeg verdachte zijn schoonmoeder met veel kracht met zijn vuist op het oog, waardoor zij een gebroken jukbeen opliep dat operatief moest worden hersteld. Verdachte werd verdacht van meerdere misdrijven waaronder poging tot verkrachting en bedreiging, maar alleen de zware mishandeling werd bewezen verklaard.
De rechtbank nam kennis van de verklaringen van het slachtoffer, medische rapporten en de bekentenis van verdachte. De rechtbank oordeelde dat het letsel als zwaar lichamelijk letsel kwalificeert en dat verdachte willens en wetens de aanmerkelijke kans heeft aanvaard dat zwaar letsel zou ontstaan.
De overige tenlasteleggingen, zoals poging tot verkrachting en bedreiging, werden niet bewezen verklaard en verdachte werd daarvan vrijgesproken. Bij de strafoplegging hield de rechtbank rekening met het langdurige voorarrest en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, maar achtte een onvoorwaardelijke gevangenisstraf passend.
Verdachte werd veroordeeld tot 2 maanden gevangenisstraf met aftrek van de tijd die hij in voorarrest had doorgebracht. Het vonnis werd gewezen door de meervoudige strafkamer van de rechtbank Amsterdam op 7 februari 2013.