Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
RAVESTEIN B.V.,
1.De procedure
- de dagvaarding van 9 april 2013 met producties,
- de conclusie van antwoord van 5 juni 2013,
- het tussenvonnis van 17 juni 2013 waarin een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 15 oktober 2013 en de daarin genoemde stukken.
2.De feiten
De basculebrug is het aan de zuidkant van de Maas gelegen deel van de Erasmusbrug, welk deel geopend kan worden ten behoeve van passerend scheepsverkeer. Het openen en sluiten van de basculebrug gebeurt door middel van vier hydraulische cilinders.
Grief 2
Opdrachtgeefster beroept zich echter niet op de garantie, maar op de aansprakelijkheid voor verborgen gebreken. (..) Uit de verstrekking van de garantie volgt niet dat de aansprakelijkheid uit hoofde van aansprakelijkheid voor verborgen gebreken wegvalt of wordt verkort. Het enige gevolg van het verstreken zijn van de garantietermijn ten tijde van het beroep op het gebrek is dat opdrachtgeefster zich niet kan bedienen van de bewijslastverdeling, zoals die volgt uit de garantie. Het is dus aan opdrachtgeefster aan te tonen dat de tekortkoming aan de combinatie kan worden toegerekend.
3.Het geschil
4.De beoordeling
- i) de reden waarom de Ni-Cr-laag is aangebracht (paragraaf 28 en 29 van het arbitraal vonnis in hoger beroep) en de deugdelijkheid daarvan (paragraaf 33 van het arbitraal vonnis in hoger beroep);
- ii) de vraag of en in hoeverre de garantie een exoneratie inhoudt (paragraaf 22 van het arbitraal vonnis in hoger beroep);
- iii) de lengte van de garantietermijn (paragraaf 30 van het arbitraal vonnis in hoger beroep).
Anders dan de Gemeente stelt, hebben appelarbiters wel onderkend dat de Ni-Cr-laag feitelijk mede was aangebracht om corrosie te voorkomen, zo volgt onder meer uit de feiten, vermeld in paragraaf 16 van het arbitraal vonnis in hoger beroep. Appelarbiters hebben echter overwogen dat de Ni-Cr-laag niet in het bestek is beschreven en dat in het bestek slechts was voorgeschreven dat de keramische bedekking moest hechten aan de zuigerstang, terwijl niet is gebleken dat de Ni-Cr-laag die
hechtfunctie niet naar behoren vervulde. De Gemeente heeft de juistheid van deze overwegingen niet bestreden. Appelarbiters hebben op basis van deze overwegingen geoordeeld dat het feit dat de Ni-Cr-laag onvoldoende corrosiewerend is, geen verborgen gebrek kan opleveren. Naar het oordeel van de rechtbank is de hiervoor weergegeven motivering een steekhoudende onderbouwing van dat oordeel. Daaraan kan niet afdoen dat in het door de leverancier van de cilinders aangevraagde octrooi melding wordt gemaakt van de corrosiewerende werking van de Ni-Cr-laag in combinatie met de keramische laag (en het feit dat poriën in de Ni-Cr-laag ontoelaatbaar waren), nu in het bestek niet wordt verwezen naar genoemd octrooi.
De klacht faalt omdat het vonnis ook op dit punt een steekhoudende motivering bevat. Appelarbiters hebben overwogen dat de Combinatie ervan mocht uitgaan dat de keramische bedekking een corrosiewerende werking zou hebben nu de bestekschrijver daarvan is uitgegaan, tenzij de Combinatie wist of moest weten dat de keramische bedekking geen corrosiewerende werking had, in welk geval zij haar waarschuwingsplicht heeft geschonden. De Gemeente heeft voor het overige geen belang bij deze klacht. Appelarbiters hebben immers vastgesteld dat de Gemeente in de arbitrageprocedure niet heeft gesteld dat de Combinatie een waarschuwingsplicht had ten aanzien van de omstandigheid dat de keramische coating (anders dan waarvan in het bestek is uitgegaan) onvoldoende corrosiewerend was. De Gemeente heeft in dit geding niet aangevoerd dat die vaststelling onjuist is. Ten overvloede merkt de rechtbank op dat ook het oordeel omtrent de stand van de wetenschap (paragraaf 29, laatste twee zinnen, van het arbitraal vonnis in hoger beroep) voldoende steekhoudend gemotiveerd is, nu de Gemeente de weergave van het verhandelde ter zitting in het arbitraal hoger beroep niet heeft betwist.
De Gemeente heeft geen belang bij behandeling van deze klacht aangezien deze overweging niet dragend is voor het oordeel dat Ravestein c.s. niet aansprakelijk is voor de corrosie. Verwezen zij naar hetgeen hiervoor in 4.7 is overwogen.
“Ravestein houdt overigens staande - zoals zij ook in eerste aanleg heeft betoogd - dat er geen sprake kan zijn van een applicatiefout met betrekking tot de Ni-Cr-laag, onder andere omdat het aanbrengen van een dergelijke laag niet was voorgeschreven in het bestek.”
€ 904,-(2 punten van tarief II ad € 452,-)