Uitspraak
1.Het verdere verloop van de procedure
2.De feiten
Vervaltermijn
Geen recapitulatie over afzonderlijke huwelijksjaren
- een groot tijdsbeslag zou vergen;
- aanzienlijke kosten voor accountants en eventuele andere deskundigen zou vergen;
- naar hun inschatting niet zou leiden tot een vaststelling van de omvang van de verrekeningsplicht met een door hen voldoende geachte nauwkeurigheid;
- een mate van zakelijkheid vereist tussen de echtgenoten die zijn niet in overeenstemming achten met de wijze waarop zij invulling wensen te geven aan hun huwelijkse relatie.
Verschaffen benodigde gegevens
Omvang verrekenverplichting
Schuldigerkenning uit hoofde van de verrekenverplichting
Voorwaarden en bedingen van schuldigerkenning
(…)
op eerste schriftelijke verzoek van de vrouw;
alsmede indien zich één van de na te vermelden omstandigheden voordoet:
Kwijting
3.Het verzoek van de man
- de vrouw te veroordelen de echtelijke woning aan [straatnaam] te verlaten op een door de rechtbank te bepalen datum; althans
- de vrouw te veroordelen haar volledige medewerking te verlenen aan de verkoop en levering van de echtelijke woning en alle handelingen te verrichten die in verband met deze verkoop nodig zijn, waaronder doch daartoe niet beperkt het toelaten van potentiële kopers en de makelaar in de woning.
4.Het verweer en de zelfstandige verzoeken van de vrouw
5.Het verweer van de man op de verzoeken van de vrouw
6.De beoordeling
- Een brief gedateerd 30 juli 2004 van [naam notaris] (hierna: de notaris) gericht aan de man en de vrouw;
- Een brief gedateerd 10 september 2004 van de notaris gericht aan de man en de vrouw;
- Een emailbericht gedateerd 11 februari 2005 van [naam 1] en [naam 2] van [bedrijf] gericht aan de man;
- Een brief gedateerd 26 april 2005 van de notaris gericht aan de man en de vrouw;
- Een brief gedateerd 9 augustus 2005 van de notaris gericht aan de man en de vrouw;
- Een brief gedateerd 1 september 2005 van de notaris gericht aan de man en de vrouw;
- Een emailbericht gedateerd 27 juni 2012 van de advocaat van de notaris gericht aan de advocaat van de man;
- Een emailbericht gedateerd 6 juli 2012 van de advocaat van de notaris gericht aan de advocaat van de man.
Wij verzoeken je in ieder geval om, samen met je vrouw, tot een indicatieve waarde van je huidige vermogen te komen. (…) Vanzelfsprekend kunnen wij je van dienst zijn bij het opstellen van een dergelijke berekening, dit lijkt ons echter in eerste instantie met name iets waar jij en je vrouw over moeten nadenken.“ In de brief van 26 april 2005 wordt door de notaris opgemerkt: “
Om ieder misverstand daarover uit te sluiten wijs ik in het bijzonder [verweerster] maar ook [verzoeker] erop dat deskundigen (notaris/advocaat in samenwerking met een accountant, en uiteindelijk de rechter) de aanspraken van [verweerster] voortvloeiende uit jullie huwelijksvoorwaarden op een belangrijk hoger bedrag zouden kunnen bepalen. Voor [verzoeker] zou het te verrekenen bedrag wellicht op een lager bedrag kunnen worden bepaald. Die aanspraken geeft [verweerster] (respectievelijk [verzoeker] indien het te verrekenen bedrag lager zou worden vastgesteld) met ondertekening van de vaststellingsovereenkomst prijs.” De rechtbank acht de enkele stelling van de vrouw, dat het in werkelijkheid niet is gegaan zoals de man uitvoerig en onderbouwd met stukken heeft gesteld, onvoldoende. De vrouw heeft haar standpunt, dat er kort gezegd op neer komt dat de man verzuimd heeft haar goed en onpartijdig voor te (doen) lichten, niet nader onderbouwd, terwijl deze stelling haaks staat op hetgeen uit de door de man overgelegde correspondentie en de inhoud van de notariële akten blijkt. Dat de vrouw de brieven van de notaris nooit onder ogen heeft gekregen, zoals zij stelt en de man betwist, acht de rechtbank niet aannemelijk, nu uit de stukken voldoende is komen vast te staan dat de notaris meermalen met zowel de man als de vrouw heeft gesproken over de inhoud van die brieven en zich in het dossier van de notaris ook door beide partijen geparafeerde conceptakten bevinden. Overigens heeft de vrouw naar het oordeel van de rechtbank tegenover de betwisting van de man, onvoldoende gesteld om aan te nemen dat in dit geval van de man een ‘verzwaarde voorlichtingsverplichting’ jegens de vrouw mocht worden verwacht. De vrouw heeft gedurende een groot deel van het huwelijk meegewerkt in de onderneming van de man en heeft naar haar eigen zeggen een cruciale rol gespeeld in het bedrijf. Zij is na het uiteengaan van partijen in overleg getreden met adviseurs, teneinde inzicht te krijgen in de afwikkeling van de huwelijkse voorwaarden en heeft naar aanleiding daarvan reden gezien om deskundigen in te schakelen. Dat de vrouw destijds in de aanloop naar de wijziging van de huwelijkse voorwaarden niet een dergelijke keuze heeft gemaakt, hetgeen overigens niet ongebruikelijk is in een huwelijkssituatie en vanuit dat gezichtspunt zeker begrijpelijk, heeft haar wellicht in een wat minder stevige positie gebracht dan de man, maar betekent nog niet dat de vrouw niet kon overzien wat de vermogensrechtelijke consequenties waren van de akten. De omstandigheid dat de vrouw, zoals zij heeft gesteld, aan dyslexie en dysfasie zou lijden, maakt dat niet anders, al is het alleen al omdat er bijna twee jaar is verstreken tussen de eerste door de notaris gestuurde brief en de uiteindelijke ondertekening van de akten en de vrouw daarom niet onder tijdsdruk heeft gestaan. Voor beide partijen gold bovendien dat op het moment dat zij zich bogen over de huwelijkse voorwaarden uit [jaartal], in de jaren 2005 en 2006, de vermogensrechtelijke gevolgen van het in stand laten van die huwelijkse voorwaarden en het niet sluiten van de vaststellingsovereenkomst in het geval van een mogelijke toekomstige echtscheiding volstrekt ongewis waren, terwijl het sluiten van de vaststellingsovereenkomst en het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden voor beide partijen tot financiële duidelijkheid strekte.
- de man het tot stand komen van de wijziging huwelijkse voorwaarden heeft bevorderd ofschoon hetgeen hij wist of moest begrijpen hem daarvan zou behoren te weerhouden; èn
- de man wist of moest begrijpen dat de vrouw door bijzondere omstandigheden bewogen werd tot het wijzigen van de huwelijkse voorwaarden; althans
- de huwelijkse voorwaarden onder invloed van dwaling zijn gewijzigd en bij een juiste voorstelling van zaken niet zouden zijn gewijzigd zijn gesloten; èn
- de dwaling te wijten is aan een inlichting van de man en hij niet mocht aannemen dat de huwelijkse voorwaarden ook zonder deze inlichting zouden worden gewijzigd; althans
- de man in verband met hetgeen hij omtrent de dwaling wist of behoorde te weten, de vrouw had behoren in te lichten.