Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.De procedure
- het tussenvonnis van 21 november 2012, waarbij een comparitie van partijen is gelast,
- het proces-verbaal van comparitie van 7 maart 2013,
- de akte tot toelichting en overlegging van producties van de zijde van Pallimax,
- de antwoordakte uitlating producties van de zijde van Rabobank.
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
- de maatschapovereenkomst en eventuele andere stukken waaruit de winstdeling blijkt,
- de jaarrekeningen vanaf de datum dat Pallimax maat is geworden bij [bedrijfsnaam] tot heden,
- rekeningafschriften en eventuele andere stukken die inzicht geven in de kasstromen die hebben gelopen tussen [bedrijfsnaam] en Pallimax vanaf de datum dat Pallimax maat is geworden bij [bedrijfsnaam] tot op heden,
- rekeningafschriften en eventuele andere stukken die inzicht geven in de kasstromen die hebben gelopen tussen Pallimax en [naam 1] vanaf de datum dat Pallimax maat is geworden bij [bedrijfsnaam] tot heden,
- stukken ter onderbouwing van de schuld van [naam 1] aan Pallimax,
- stukken ter onderbouwing van het eventuele bedrag dat Pallimax op de datum van beslaglegging verschuldigd was aan [naam 1].
- het totaal verschuldigde bedrag van € 62.126,60 op het moment van beslaglegging,
- te vermeerderen met de wettelijke rente hierover vanaf 30 maart 2012 tot aan de dag der algehele voldoening,
- te vermeerderen met kosten betekening beslag aan geëxecuteerde van € 76,74,
- te vermeerderen met de explootkosten van € 144,16.