ECLI:NL:RBAMS:2013:8992
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Volledig werkloze a-typische grensarbeider moet uitkering aanvragen in woonland
Eiser, een volledig werkloze a-typische grensarbeider, vroeg een Nederlandse werkloosheidsuitkering aan, welke door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) werd afgewezen. Na bezwaar en beroep stelde de rechtbank prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie van de Europese Unie over de interpretatie van het Miethe-arrest onder Verordening 883/2004 en het recht op vrij verkeer van werknemers.
Het Hof oordeelde dat het Miethe-arrest niet relevant is voor artikel 65, tweede lid, van Verordening 883/2004 en bevestigde dat de woonstaat verantwoordelijk is voor het toekennen van werkloosheidsuitkeringen aan volledig werkloze grensarbeiders. De rechtbank volgde dit oordeel en verwierp het beroep van eiser.
De rechtbank concludeerde dat verweerder terecht het bestreden besluit handhaafde en dat eiser niet in aanmerking komt voor een Nederlandse werkloosheidsuitkering. Tevens wees de rechtbank het verzoek om proceskostenvergoeding en griffierechtvergoeding af, ook als het standpunt van eiser pleitbaar zou zijn geweest.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep ongegrond en bevestigt dat de werkloosheidsuitkering door de woonstaat moet worden toegekend.