ECLI:NL:RBAMS:2011:BS1156
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Prejudiciële vragen over recht op werkloosheidsuitkering grensarbeiders onder EU-Verordening 883/2004
Drie grensarbeiders met Nederlandse nationaliteit en woonachtig in België of Duitsland hebben beroep ingesteld tegen de weigering van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) om hun Nederlandse werkloosheidsuitkering voort te zetten of toe te kennen op grond van Verordening 883/2004, die sinds 1 mei 2010 van kracht is.
Eisers beroepen zich op het arrest Miethe, waarin onder de oude Verordening 1408/71 een keuzerecht werd toegekend aan atypische grensarbeiders om een werkloosheidsuitkering te ontvangen van het werkland in plaats van het woonland. De rechtbank onderzoekt of dit arrest nog van toepassing is onder de nieuwe Verordening 883/2004, die het woonlandbeginsel dwingend voorschrijft, maar ook de mogelijkheid biedt zich in het werkland te registreren voor arbeidsbemiddeling.
De rechtbank overweegt dat de tekst van de nieuwe Verordening geen keuzerecht bevat en dat het arrest Miethe mogelijk zijn toegevoegde waarde heeft verloren. Tegelijkertijd wordt erkend dat het woonlandbeginsel niet per definitie strijdig is met het vrij verkeer van werknemers, maar dat de situatie van eisers, die een recht op herleving van de uitkering claimen, vragen oproept over overgangsrecht en het vertrouwensbeginsel.
Daarom legt de rechtbank prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU over de uitleg van artikel 65 van Pro Verordening 883/2004, de verhouding tot het arrest Miethe, de bescherming van eigendomsrechten, het overgangsrecht en de gevolgen van onduidelijke informatie van het Uwv. De behandeling van de zaken wordt aangehouden tot het Hof uitspraak doet.
Uitkomst: De rechtbank legt prejudiciële vragen voor aan het Hof van Justitie EU en houdt de behandeling van de zaken aan.