ECLI:NL:RBAMS:2013:BY8707
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering werknemer wegens niet-bekrachtigde arbeidsovereenkomst met vennootschap in oprichting
De werknemer vordert betaling van achterstallig loon en vergoeding van kosten van drie partijen: WvN BV, De Juwelier BV en een natuurlijke persoon die bestuurder is van De Juwelier BV. De arbeidsovereenkomst is mondeling overeengekomen en later schriftelijk vastgelegd, maar de vennootschap WvN BV was nog in oprichting en heeft de overeenkomst niet bekrachtigd.
De bestuurder van De Juwelier BV betwist haar handtekening onder de arbeidsovereenkomst en de brief waarin het dienstverband wordt beëindigd. Tevens betwist zij dat zij wist van de afspraken en betalingen aan de werknemer. De kantonrechter acht onvoldoende aannemelijk dat zij namens WvN BV in oprichting de arbeidsovereenkomst is aangegaan.
De rechtbank oordeelt dat de vennootschap niet gebonden is aan de arbeidsovereenkomst omdat deze niet is bekrachtigd en de natuurlijke persoon niet aansprakelijk is voor de rechtshandelingen van de vennootschap in oprichting. De vorderingen worden afgewezen en de werknemer wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De vorderingen van de werknemer worden afgewezen wegens niet-bekrachtigde arbeidsovereenkomst en betwiste handtekening van de bestuurder.