ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1037
Rechtbank Amsterdam
- Hoger beroep
- J.A.J. Peeters
- R.H.C. Jongeneel
- A.P. Schoonbrood-Wessels
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid hoger beroep tegen beschikking rechter-commissaris in faillissement Lehman Brothers Treasury
Lehman Brothers Treasury Co. B.V. (LBT) is failliet verklaard en heeft diverse financiële instrumenten uitgegeven, waaronder Notes onder verschillende programma's. Lehman Brothers Finance SA (LBF), als Ultimate Beneficial Owner van deze Notes, stelde een vordering van circa 4,6 miljard USD, waarvan circa 1 miljard USD op grond van Notes. De rechter-commissaris had op 6 december 2012 een beschikking gegeven waarin de procedure voor het indienen van vorderingen en stemming over een akkoord werd vastgesteld, waaronder het gebruik van het Consent Solicitation Memorandum (CSM).
LBF stelde op 21 januari 2013 hoger beroep in tegen deze beschikking. De rechtbank oordeelde dat dit beroep buiten de wettelijke termijn van vijf dagen was ingesteld, aangezien LBF op 6 december 2012 of uiterlijk 10 december 2012 bekend was met de beschikking of dit redelijkerwijs had kunnen weten. LBF had ook kunnen informeren naar de precieze tekst van de beschikking binnen de termijn.
De rechtbank concludeerde dat LBF niet ontvankelijk is in haar hoger beroep. De beschikking van de rechter-commissaris blijft daarmee in stand, inclusief de toepassing van het CSM voor de Noteholders. Het vonnis werd uitgesproken door drie rechters op 24 januari 2013.
Uitkomst: LBF is niet-ontvankelijk verklaard in haar hoger beroep wegens overschrijding van de beroepstermijn.