ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ1458
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte in zaak shaken baby syndroom wegens onvoldoende bewijs
De rechtbank Amsterdam behandelde de strafzaak tegen verdachte die werd verdacht van het krachtig heen en weer schudden van zijn kind, resulterend in ernstig hersenletsel. De tenlastelegging betrof twee perioden, waarbij het eerste incident op 9 mei 2006 plaatsvond en het tweede tussen 10 augustus 2006 en 22 maart 2007.
De officier van justitie stelde dat het letsel het gevolg was van niet-accidenteel trauma door schudden, waarbij verdachte als enige aanwezig was. De verdediging voerde aan dat er klinische factoren en andere mogelijke oorzaken waren die het letsel konden verklaren, en dat het shaken baby syndroom niet eenduidig als oorzaak kon worden vastgesteld.
De rechtbank oordeelde dat het medisch bewijs niet eenduidig was en dat er gerede twijfel bestond over de oorzaak van het letsel. Ook ontbraken aanwijzingen voor kindermishandeling en fysieke impact. Daarom was niet wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het letsel had veroorzaakt. Verdachte werd vrijgesproken van alle tenlastegelegde feiten. De vorderingen van de benadeelden werden niet-ontvankelijk verklaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs dat hij het letsel door schudden heeft veroorzaakt.