ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ2395
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Verhuurder niet ontvankelijk in vordering huurprijsverhoging na renovatie wegens termijnoverschrijding en niet voorleggen aan huurcommissie
LFB Vastgoed Ontwikkeling BV is eigenaar van een woning die door [gedaagde] wordt gehuurd. In 2008 is een renovatieovereenkomst gesloten met afspraken over de werkzaamheden en een beperkte huurverhoging voor onderhoud CV. Na voltooiing van de renovatie in 2009 stelde LFB een huurprijsverhoging voor vanwege verbeteringen die het woongerief zouden verhogen, zoals dubbel glas en een nieuwe keuken.
[gedaagde] stemde niet in met de huurverhoging en protesteerde hiertegen. LFB heeft haar verzoek tot huurprijsverhoging pas in 2012 aan de kantonrechter voorgelegd, ruim na de wettelijke termijn van drie maanden na voltooiing van de werkzaamheden. Tevens heeft LFB het verzoek niet eerst aan de huurcommissie voorgelegd, zoals de wet voorschrijft.
De kantonrechter oordeelt dat op grond van artikel 7:255 BW Pro en artikel 7:265 BW Pro de verhuurder binnen drie maanden na voltooiing van de werkzaamheden een verzoek bij de huurcommissie moet indienen. Het wettelijk stelsel staat niet toe dat de verhuurder na het verstrijken van deze termijn rechtstreeks de kantonrechter inschakelt. Daarom wordt LFB niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot huurprijsverhoging.
De kantonrechter veroordeelt LFB tevens in de proceskosten, welke nihil worden begroot omdat [gedaagde] zonder gemachtigde procedeert. De uitspraak is gedaan door kantonrechter D.H. de Witte op 5 februari 2013.
Uitkomst: Verhuurder LFB wordt niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot huurprijsverhoging wegens termijnoverschrijding en het niet voorleggen aan de huurcommissie.