ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3523
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid vordering voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder
In deze zaak vordert een zoon, die tijdens de procedure onder curatele is gesteld, voortzetting van de huurovereenkomst van zijn overleden moeder. De moeder was de oorspronkelijke huurder van een woning in Amsterdam. De procedure wordt voortgezet door de curator van de zoon.
De vordering is gericht tegen de beheerder van het pand, Keij en Stefels Beheer BV, terwijl de verhuurder een andere partij is. De rechtbank oordeelt dat de vordering tegen de beheerder niet ontvankelijk is omdat de vordering tegen de verhuurder had moeten worden ingesteld.
De kantonrechter verklaart de vordering van de curator niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten. De uitspraak volgt op een tussenvonnis waarin de feiten en het geschil zijn vastgesteld en de procedure was geschorst vanwege de onder curatele stelling van de zoon.
Uitkomst: Vordering tot voortzetting huurovereenkomst wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tegen de verhuurder is ingesteld.