ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3523

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
12 februari 2013
Publicatiedatum
8 april 2013
Zaaknummer
CV 11-33765/ 12-34425
Instantie
Rechtbank Amsterdam
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 227 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid vordering voortzetting huurovereenkomst na overlijden huurder

In deze zaak vordert een zoon, die tijdens de procedure onder curatele is gesteld, voortzetting van de huurovereenkomst van zijn overleden moeder. De moeder was de oorspronkelijke huurder van een woning in Amsterdam. De procedure wordt voortgezet door de curator van de zoon.

De vordering is gericht tegen de beheerder van het pand, Keij en Stefels Beheer BV, terwijl de verhuurder een andere partij is. De rechtbank oordeelt dat de vordering tegen de beheerder niet ontvankelijk is omdat de vordering tegen de verhuurder had moeten worden ingesteld.

De kantonrechter verklaart de vordering van de curator niet-ontvankelijk en veroordeelt haar in de proceskosten. De uitspraak volgt op een tussenvonnis waarin de feiten en het geschil zijn vastgesteld en de procedure was geschorst vanwege de onder curatele stelling van de zoon.

Uitkomst: Vordering tot voortzetting huurovereenkomst wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat deze niet tegen de verhuurder is ingesteld.

Uitspraak

vonnis
RECHTBANK AMSTERDAM
Afdeling Privaatrecht
Rolnummer: CV 11-33765/12-34425
Vonnis van: 12 februari 2013
F.no.: 497
Vonnis van de kantonrechter
[eiseres]
wonende te Hilversum
eiseres
nader te noemen: [eiseres]
gemachtigde: mr. P.J. van der Putt
t e g e n
de besloten vennootschap Keij en Stefels Beheer BV
gevestigd te Amsterdam
gedaagde
nader te noemen: Keij en Stefels
gemachtigde: mr. H.C. Bollekamp
VERDERE VERLOOP VAN DE PROCEDURE
Bij tussenvonnis van 9 oktober 2012 heeft de kantonrechter de procedure tussen [de onder curatele gestelde] en Keij en Stefels vanwege de onder curatele stelling van [de onder curatele gestelde] geschorst. Keij en Stefels heeft vervolgens op de voet van artikel 227 Rv Pro [eiseres] in haar hoedanigheid van curator over [de onder curatele gestelde] bij exploot van 29 oktober 2012 opgeroepen te verschijnen op de rolzitting van 13 november 2012 teneinde de procedure in de stand waarin het geding zich bevond voort te zetten. [eiseres] is verschenen en heeft een korte akte genomen, waarop Keij en Stefels - na daartoe bij rolbeschikking van 20 november 2012 in de gelegenheid te zijn gesteld - bij antwoord-akte heeft gereageerd.
De zaak staat voor vonnis.
GRONDEN VAN DE BESLISSING
1. In het tussenvonnis van 9 oktober 2012 heeft de kantonrechter de feiten vastgesteld, de vordering weergegeven en het verweer samengevat.
2. De kantonrechter heeft eerst de vraag te beantwoorden of [eiseres] in de vordering dat [de onder curatele gestelde] de huurovereenkomst van zijn op 30 maart 2011 overleden moeder met betrekking tot de woning aan het [adres] te Amsterdam voortzet, kan worden ontvangen.
3. De kantonrechter heeft in het tussenvonnis van 9 oktober 2012 vastgesteld, dat [naam], de moeder van [de onder curatele gestelde], op 15 juli 1986 de huurovereenkomst heeft gesloten met de toenmalige beheerder, als lasthebber van de (toenmalige) eigenaar. Het beheer is thans in handen van Keij en Stefels. De erfpachter/verhuurder is [naam].
4. De vordering, die ertoe strekt dat [de onder curatele gestelde] als opvolgend huurder wordt geplaatst in de op [naam] rustende rechten en verplichtingen uit de huurovereenkomst, dient tegen de verhuurder te worden ingesteld. [de onder curatele gestelde], thans [eiseres], heeft de vordering ingesteld tegen de beheerder en heeft niet (tevens) de huidige verhuurder [naam] in rechte betrokken. Dit leidt ertoe dat [eiseres] niet in haar vordering jegens Keij en Stefels kan worden ontvangen.
5. Bij deze uitkomst van de procedure wordt [eiseres] als de in het ongelijk gestelde partij veroordeeld in de proceskosten, waaronder begrepen de kosten van het oproepingsexploot.
BESLISSING
De kantonrechter:
I. verklaart [eiseres] in haar vordering niet-ontvankelijk;
II. veroordeelt [eiseres] in de proceskosten aan de zijde van Keij en Stefels gevallen, welke worden begroot op
- € 350,00 wegens salaris gemachtigde;
- € 76,17 wegens explootkosten;
III. verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.
Aldus gewezen door mr. D.H. de Witte, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2013 in tegenwoordigheid van de griffier.