ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3541
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming voor opnieuw horen van getuige in civiele procedure over jaarrekeningen en bestuur
In deze civiele procedure hebben verzoekers, waaronder een Spaanse rechtspersoon en erfgenamen, verzocht om een getuige die reeds op 17 september 2012 is gehoord, opnieuw te mogen horen. De getuige, tevens betrokken partij, was niet verschenen op de geplande datum 13 februari 2013. Verweersters maakten bezwaar tegen het verzoek en stelden dat er geen nieuwe feiten of ontwikkelingen waren die een hernieuwd verhoor rechtvaardigen.
De rechter-commissaris overwoog dat bij een voorlopig getuigenverhoor geen discretionaire bevoegdheid bestaat om het aantal of de personen van te horen getuigen te beperken, tenzij de goede procesorde dit vereist. Verzoekers hadden aannemelijk gemaakt dat zij aanvullende vragen wilden stellen over recente ontwikkelingen binnen de betrokken vennootschappen en jaarrekeningen die zij recent hadden ontvangen.
De rechtbank oordeelde dat het belang van verzoekers om aanvullende informatie te verkrijgen zwaarder woog dan het bezwaar van verweersters. Het opnieuw horen van de getuige werd toegestaan, waarbij de zaak werd verwezen naar een interne rol voor het plannen van verdere verhoren. Dit besluit draagt bij aan het verkrijgen van duidelijkheid over nog onvoldoende bekende feiten voorafgaand aan een eventuele procedure.
Uitkomst: Het verzoek om de getuige opnieuw te horen wordt toegewezen ondanks bezwaar van andere partijen.