ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ3647
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Toestemming tot executieoverlevering op grond van Europees aanhoudingsbevel voor drugshandel
De rechtbank Amsterdam behandelde een vordering tot executieoverlevering op basis van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Rechtbank te Ostrava (Tsjechië). Het EAB betrof de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van drie jaar wegens illegale handel in verdovende middelen. De opgeëiste persoon, Tsjechische nationaliteit, was gedetineerd in Nederland en had schriftelijk afstand gedaan van zijn recht om te worden gehoord.
Tijdens de procedure werd een verweer gevoerd dat het rechtsmachtvereiste van artikel 6, vijfde lid, Overleveringswet (OLW) in strijd zou zijn met het discriminatieverbod van artikel 18 VWEU Pro. Dit verweer werd echter door de raadsman ingetrokken nadat de opgeëiste persoon verklaarde zo spoedig mogelijk overgeleverd te willen worden. De rechtbank zag daarom af van een ambtshalve beoordeling van dit standpunt.
De rechtbank stelde vast dat het EAB aan de formele eisen voldeed, dat het strafbare feit op de lijst van bijlage 1 bij de OLW stond en dat er geen weigeringsgronden waren. Op grond daarvan werd de overlevering toegestaan voor de tenuitvoerlegging van de opgelegde vrijheidsstraf in Tsjechië.
Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de rechtbank Amsterdam op 22 januari 2013.
Uitkomst: De rechtbank staat de overlevering van de verdachte aan Tsjechië toe voor de tenuitvoerlegging van een vrijheidsstraf van drie jaar.