ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6008
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- M.C. Eggink
- H.J. Tijselink
- C.J. Polak
- Rechtspraak.nl
Beoordeling omgevingsvergunning voor bouwplan met afwijking bestemmingsplan in rijksmonument
Vergunninghouder diende op 9 december 2010 een aanvraag in voor een omgevingsvergunning voor het gedeeltelijk vervangen van een pand dat een rijksmonument betreft, inclusief het plaatsen van een tussenlid, een opbouw en een dakterras. Het stadsdeel Centrum van Amsterdam verleende de vergunning met afwijking van het bestemmingsplan Westelijke Grachtengordel 2000, waarbij onder meer een ontheffing werd gegeven voor het overschrijden van de bouw- en goothoogte.
Eiser stelde beroep in tegen deze vergunning en voerde onder meer aan dat de monumentenvergunning onjuist was verleend, dat het bouwvolume niet was verkleind maar vergroot, en dat het dakterras rechtstreekse inkijk zou veroorzaken in zijn badkamer. De rechtbank oordeelde dat de monumentenvergunning onherroepelijk is en niet in dit beroep kan worden aangevochten. Verder stelde de rechtbank vast dat de term "gebouwen die aanwezig zijn" in het bestemmingsplan tekstueel en inhoudelijk ziet op feitelijk aanwezige gebouwen op de peildatum 30 augustus 2001, ongeacht vergunningstatus.
De rechtbank nam de door verweerder overgelegde berekeningen en tekeningen over het bouwvolume als juist aan en concludeerde dat het bouwvolume van het tussenlid is verkleind ten opzichte van de peildatum. De stellingen van eiser en de verklaring van een getuige konden dit niet overtuigend onderbouwen. Ten aanzien van het dakterras was er geen sprake van rechtstreekse inkijk volgens de rechtbank, mede gelet op de lagere ligging van het pand van eiser en de zichtlijnen. De rechtbank wees ook op het onderscheid tussen privaatrechtelijke belemmeringen en bestuursrechtelijke toetsing. De brief waarop eiser zich baseerde bood geen rechtens te honoreren verwachtingen. Het beroep werd ongegrond verklaard en de omgevingsvergunning bevestigd.
Uitkomst: Het beroep tegen de omgevingsvergunning wordt ongegrond verklaard en de vergunning wordt bevestigd.