ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6787
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Passagiers krijgen compensatie voor langdurige vluchtvertraging ondanks verweer vervoerder
De passagiers hebben een vlucht geboekt van Amsterdam naar Paramaribo die op 2 december 2009 met circa vijf uur vertraging vertrok. Zij vorderen compensatie op grond van EU Verordening 261/2004, die voorziet in vergoeding bij langdurige vertraging.
De vervoerder verweert zich met het argument dat sprake is van een buitengewone omstandigheid, namelijk een technisch gebrek en vertraging door de Surinaamse overheid bij het verkrijgen van vergunningen voor een nieuw vliegtuig. De rechtbank oordeelt dat deze stellingen onvoldoende feitelijk zijn onderbouwd en dat het technisch gebrek inherent is aan de normale bedrijfsvoering.
De rechtbank volgt de uitleg van het Hof van Justitie EU dat passagiers recht hebben op compensatie bij vertraging van drie uur of meer, tenzij de vervoerder kan aantonen dat er sprake is van buitengewone omstandigheden. Gezien het ontbreken van bewijs wijst de rechtbank de vordering toe en veroordeelt de vervoerder tot betaling van €600 per passagier, incassokosten en proceskosten.
Uitkomst: De vervoerder wordt veroordeeld tot betaling van €600 compensatie per passagier, incassokosten en proceskosten wegens vluchtvertraging.