ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ6970
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Aansprakelijkheid en vergoeding schade door beschadiging hoogspanningskabel bij graafwerkzaamheden
Op 1 februari 2006 werd door graafwerkzaamheden van een onderaannemer een hoogspanningskabel van Liander beschadigd. Liander stelde hoofdaannemer [A] aansprakelijk voor de schade, die €113.508 bedroeg. [A] voerde aan dat de onderaannemer [B] verantwoordelijk was en dat de geraakte kabel niet op de KLIC-tekeningen stond. De rechtbank oordeelde dat [A] als hoofdaannemer verantwoordelijk was voor het lezen en toepassen van de KLIC-tekeningen en tekort was geschoten in haar verplichtingen, waardoor zij onrechtmatig handelde jegens Liander.
Daarnaast werd geoordeeld dat [B] mede aansprakelijk was wegens het niet waarschuwen voor het ontbreken van de relevante tekening, waardoor [B] en [A] ieder voor de helft aansprakelijk zijn tegenover elkaar. Verzekeraar Aegon, die de werkmaterieelverzekering van [B] beheert, werd veroordeeld om [A] te vrijwaren voor de volledige schade, waarbij Aegon en [B] hoofdelijk aansprakelijk zijn voor de helft van het bedrag.
Het beroep van Aegon op verjaring faalde omdat de aansprakelijkstelling tijdig was gedaan en er sprake was van stuiting. Verder werden de vorderingen van [A] tegen Waternet wegens ongerechtvaardigde verrijking afgewezen. De kosten van het geding werden verdeeld conform de uitspraken in de hoofdzaak en de vrijwaringszaken.
De rechtbank wees de vorderingen toe voor het schadebedrag minus de verleggings- en verlengingskosten die voor rekening van Waternet kwamen, en veroordeelde partijen in de proceskosten met wettelijke rente. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: Hoofdaannemer [A] en onderaannemer [B] zijn aansprakelijk voor de schade aan de hoogspanningskabel, verzekeraar Aegon moet [A] vrijwaren, en de vorderingen worden toegewezen met wettelijke rente en proceskosten.