ECLI:NL:RBAMS:2013:BZ8582
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - meervoudig
- T.N. van Rijn
- R.B. Kleiss
- C. Bakker
- Rechtspraak.nl
Herziening en terugvordering WW-uitkering zelfstandige met onduidelijk urenopgave
Eiser ontving een WW-uitkering en startte een onderneming als zelfstandige. Hij gaf op werkbriefjes uren op, maar maakte onderscheid tussen directe en indirecte uren zonder duidelijk criterium. Verweerder herzag de uitkering en vorderde een deel terug wegens onjuiste opgave. Eiser stelde dat hij niet wist dat indirecte uren moesten worden opgegeven en dat hij onvoldoende was voorgelicht.
De rechtbank stelde vast dat eiser niet duidelijk kon aangeven welk criterium hij hanteerde voor de urenopgave en dat hij niet redelijkerwijs mocht vertrouwen op een onjuiste informatie van verweerder. De herziening en terugvordering bleven daarom in stand. De opgelegde boete wegens schending van de inlichtingenplicht werd vernietigd omdat eiser geen subjectief verwijt kon worden gemaakt; hij handelde te goeder trouw en was onvoldoende geïnformeerd over het onderscheid tussen directe en indirecte uren.
De rechtbank veroordeelde verweerder tot betaling van proceskosten en vergoeding van het griffierecht aan eiser. Het beroep tegen eerdere besluiten werd deels niet-ontvankelijk verklaard vanwege intredende besluiten. De uitspraak bevestigt het belang van duidelijke communicatie over verplichtingen aan zelfstandigen met WW-uitkering.
Uitkomst: Herziening en terugvordering WW-uitkering blijven in stand; boete wegens schending inlichtingenplicht wordt vernietigd.