ECLI:NL:CRVB:2009:BK0177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Vernietiging boete wegens niet-nakoming inlichtingenplicht bij herziening WW-uitkering
Appellant ontving vanaf januari 2001 een WW-uitkering en startte in juni 2003 een eenmanszaak. Hij gaf slechts de directe uren rijlessen op, niet de indirecte uren zoals reistijd en administratie. Het UWV herzag de uitkering en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug, met een boete wegens overtreding van de inlichtingenplicht.
De rechtbank wees het beroep van appellant af, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant niet wist dat indirecte uren relevant waren en deze bewust niet opgaf. De Raad stelde dat ook indirecte uren meetellen voor de omvang van zelfstandige werkzaamheden en dat terugvordering verplicht is.
De Raad vernietigde de boete omdat geen verwijtbaarheid kon worden vastgesteld en veroordeelde het UWV tot vergoeding van proceskosten. De herziening en terugvordering bleven in stand, maar de opgelegde boete werd herroepen.
Uitkomst: De boete wegens niet-nakoming van de inlichtingenplicht wordt vernietigd, herziening en terugvordering van de WW-uitkering blijven in stand.