ECLI:NL:RBAMS:2013:CA2171
Rechtbank Amsterdam
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Geldigheid van particuliere borgtocht voor lening van twee miljoen euro
In deze zaak staat de geldigheid van een particuliere borgtocht centraal, waarbij [A] zich borg heeft gesteld voor een lening van €2.000.000,00 verstrekt door [B] aan de besloten vennootschap Oude Rengerink B.V. De borgtocht is aangegaan bij notariële akte, waarin [A] zich borg stelt voor alle vorderingen van [B] uit hoofde van de lening.
De kern van het geschil is of de borgtocht geldig is voor het volledige bedrag van de schuld, inclusief rente, kosten en boeten, of slechts tot een in geld uitgedrukt maximumbedrag. Artikel 7:858 BW Pro en een arrest van de Hoge Raad van 19 september 2008 zijn hierbij leidend. De rechtbank stelt vast dat de hoofdsom van de lening onmiskenbaar €2.000.000,00 bedraagt en dat dit bedrag bij het aangaan van de borgtocht kenbaar vaststond.
De rechtbank oordeelt dat de borgtocht geldig is voor zover deze betrekking heeft op de hoofdsom van €2.000.000,00, maar niet geldig is voor het meerdere, dat theoretisch onbeperkt kan oplopen door rente en kosten. Daarnaast is het beroep van [A] op redelijkheid en billijkheid om de borgtocht niet te laten gelden afgewezen, omdat [B] zich niet onredelijk heeft gedragen bij het opeisen van de lening.
De rechtbank veroordeelt [A] in de proceskosten en verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De borgtocht is geldig tot €2.000.000,00 en niet voor het meerdere; overige vorderingen worden afgewezen.