ECLI:NL:RBAMS:2014:1141

Rechtbank Amsterdam

Datum uitspraak
5 februari 2014
Publicatiedatum
11 maart 2014
Zaaknummer
C/13/416317 / HA ZA 09-36
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
Verwijzingen
1 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling en begroting van advocatenfacturen tussen Aspremont Advocaten en gedaagden

Aspremont Advocaten vordert betaling van haar facturen voor juridische diensten geleverd aan gedaagden. Partijen hebben de voorgeschreven procedure bij de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten gevolgd voor de begroting van deze facturen. De Raad van Toezicht heeft de openstaande facturen begroot op € 8.043,96 minus reeds betaalde € 2.285,75.

Beide partijen hebben bezwaren tegen de begrotingsbeslissing ingediend, die de rechtbank uit praktische overwegingen en ter voorkoming van verdere kosten heeft beoordeeld. De rechtbank bevestigt dat het begroten van advocatendeclaraties aan de Raad van Toezicht is voorbehouden en volgt de Raad in haar beslissing, waarbij gedeclareerde werkzaamheden zonder verificatoire bescheiden niet worden begroot tenzij uit het dossier blijkt dat deze terecht zijn.

De rechtbank verwerpt de bezwaren van gedaagden tegen het gehanteerde uurtarief en de vergoeding voor werkzaamheden van niet-advocaat [naam 2], evenals tegen de vergoeding van reistijd. Verrekening van proceskosten en dwangsommen is reeds door de rechtbank behandeld en afgewezen. De rechtbank veroordeelt gedaagden hoofdelijk tot betaling van € 5.901,25 plus wettelijke rente, buitengerechtelijke incassokosten van € 700 en proceskosten van € 764,70. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagden worden veroordeeld tot betaling van de gefactureerde bedragen, incassokosten en proceskosten conform de begrotingsbeslissing van de Raad van Toezicht.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK AMSTERDAM

Afdeling privaatrecht
zaaknummer / rolnummer: C/13/416317 / HA ZA 09-36
Vonnis van 5 februari 2014
in de zaak van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
ASPREMONT ADVOCATEN B.V.,
gevestigd te Lienden, gemeente Buren,
eiseres in conventie,
gedaagde in reconventie,
advocaat mr. J.J.G. Pieper te Almelo,
tegen

1.[Gedaagde 1],

wonende te [woonplaats],
2.
[gedaagde 2],
wonende te [woonplaats],
gedaagden in conventie,
eisers in reconventie,
advocaat mr. F.X.D.A. Hagens te Leusden.
Partijen zullen hierna Aspremont en [gedaagden gezamenlijk] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • het tussenvonnis van 16 maart 2011,
  • de akte overlegging begrotingsbeslissing tevens inhoudende wijziging eis in conventie zijdens Aspremont,
  • de antwoordakte zijdens [gedaagden gezamenlijk],
  • de nadere akte zijdens Aspremont.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling in conventie

2.1.
Aspremont vordert in conventie onder meer betaling van haar facturen voor geleverde juridische diensten. Partijen zijn, gelet op de verweren [gedaagden gezamenlijk] die zien op de hoogte van de facturen, in de gelegenheid gesteld de voorgeschreven procedure bij de Raad van Toezicht van de Orde van Advocaten in het arrondissement Arnhem (hierna: de Raad van Toezicht) te volgen voor de begroting van deze facturen.
2.2.
Aspremont heeft bij akte de begrotingsbeslissing van de Raad van Toezicht van 20 november 2012 in het geding gebracht. In deze beslissing heeft de Raad van Toezicht de openstaande facturen van Aspremont begroot op een bedrag van € 8.043,96, waarop in mindering strekt het reeds door [gedaagden gezamenlijk] betaalde bedrag van € 2.285,75. Voorts heeft Aspremont haar eis gewijzigd in die zin dat de door haar gevorderde hoofdsom van
€ 9.949,51 verminderd dient te worden met het bedrag van € 1.667,57, welk bedrag zij abusievelijk twee maal in rekening heeft gebracht bij [gedaagden gezamenlijk]
2.3.
Nu beide partijen bezwaren tegen de begrotingsbeslissing hebben aangevoerd en deze bezwaren kennelijk ter beoordeling aan de rechtbank wensen voor te leggen, zal de rechtbank uit praktische overwegingen en ter voorkoming van verdere kosten voor partijen deze bezwaren beoordelen. Daarbij staat wel voorop dat op grond van de wet het begroten van declaraties van advocaten nu juist aan de Raad van Toezicht is voorbehouden.
2.4.
Aspremont stelt zich op het standpunt dat de Raad van Toezicht de door Aspremont gedeclareerde werkzaamheden die niet voorzien zijn van verificatoire bescheiden wel had moeten begroten. De rechtbank volgt Aspremont niet in haar standpunt. Het is de taak van de Raad van Toezicht om de door Aspremont gedeclareerde werkzaamheden te begroten. Zoals de Raad van Toezicht in de begrotingsbeslissing heeft overwogen kunnen gedeclareerde werkzaamheden die niet zijn onderbouwd niet door haar worden begroot, tenzij deze anderszins uit het dossier zouden blijken. Kennelijk was van dit laatste geen sprake.
2.5.
[gedaagden gezamenlijk] voert aan dat de Raad van Toezicht in de begrotingsbeslissing ten onrechte is uitgegaan van het in de brief van [naam] van 12 oktober 2006 opgenomen uurtarief van € 205,00. In haar betoog gaat [gedaagden gezamenlijk] er evenwel aan voorbij dat de Raad van Toezicht zich naast de brief heeft gebaseerd, zoals volgt uit overweging 7 van de begrotingsbeslissing, op het feit dat [gedaagden gezamenlijk] nooit bezwaren heeft geuit tegen het in de brief vermelde uurtarief, dat zij een declaratie op basis van dit uurtarief heeft voldaan en dat zij ter zake een aantal andere openstaande declaraties met dit uurtarief een betalingsregeling met Aspremont heeft getroffen. Dit verweer wordt dan ook verworpen.
2.6.
Wat betreft de bezwaren van [gedaagden gezamenlijk] tegen het begroten van door [naam 2] (niet zijnde een advocaat) verrichte werkzaamheden, heeft de Raad van Toezicht in overweging 8 van de begrotingsbeslissing aangegeven dat het gaat om werkzaamheden die weliswaar gedeclareerd mochten worden maar dan wel tegen een lager uurtarief van
€ 75,00. De rechtbank acht dit standpunt alleszins redelijk. Bovendien heeft [gedaagden gezamenlijk] de stellingen van Aspremont in de onderhavige procedure, dat [naam 2] zich onder meer bezig hield met beslagleggingen en dat eerdere declaraties met uren van [naam 2] zijn voldaan, niet weersproken.
2.7.
Ook het verweer van [gedaagden gezamenlijk] dat de Raad van Toezicht ten onrechte de door Aspremont gedeclareerde reistijd redelijk heeft geacht, gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op. Het argument van [gedaagden gezamenlijk]. dat een advocaat gedurende de reistijd niet zijn volle uurtarief in rekening zou mogen brengen, omdat hij dan niet inhoudelijk aan de zaak werkt, vindt geen steun in het recht. Uit het voorgaande volgt dat de bezwaren van partijen tegen de begrotingsbeslissing worden verworpen.
2.8.
Volgens [gedaagden gezamenlijk] dient het door de Raad van Toezicht begrote bedrag verminderd te worden met een bedrag van € 4.113,32 vanwege verrekening met een door Aspremont ontvangen bedrag aan proceskosten. De rechtbank heeft hierover al in het tussenvonnis onder r.o 4.9. en 4.10 beslist. Uit deze beslissing volgt dat verrekening van dit bedrag reeds heeft plaatsgevonden met eerdere declaraties van Aspremont en dat thans geen aftrek meer dient plaats te vinden.
2.9.
Ook ter zake het beroep op verrekening van [gedaagden gezamenlijk] met dwangsommen die door Aspremont zouden zijn geïncasseerd, heeft de rechtbank reeds in het tussenvonnis (r.o. 4.11.) beslist, namelijk dat deze vordering moet worden afgewezen.
2.10.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank in lijn met de begrotingsbeslissing de door Aspremont gevorderde hoofdsom in conventie hoofdelijk toewijzen tot een bedrag van 5.758,21 (zijnde € 8.043,96 minus het reeds betaalde bedrag van € 2.285,75). Daarnaast worden de door Aspremont gevorderde – en niet betwiste – kosten van Incassade Weltevrede van € 143,04 toegewezen. In totaal wordt derhalve toegewezen € 5.901,25, te vermeerderen met de door Aspremont gevorderde – en niet betwist – wettelijke rente ex artikel 6:119 BW Pro vanaf de vervaldata van de facturen (14 dagen na factuurdatum) tot de dag der algehele voldoening.
2.11.
Daarnaast worden de door Aspremont gevorderde buitengerechtelijke incassokosten van € 700,00, berekend op basis van Rapport Voorwerk II, toegewezen. Gelet op de overgelegde correspondentie tussen partijen heeft Aspremont voldoende onderbouwd dat de gevorderde kosten daadwerkelijk zijn gemaakt.
2.12.
De reconventionele vordering [gedaagden gezamenlijk] is in het tussenvonnis reeds afgedaan. [gedaagden gezamenlijk] zal als de grotendeels in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten in conventie worden veroordeeld. De kosten van Aspremont worden begroot op:
- dagvaarding € 77,70
- griffierecht 303,00
- salaris advocaat
384,00(in totaal 3 punten × tarief € 384,00, waarvan
2 punten reeds in reconventie zijn toegewezen)
Totaal € 764,70
2.13.
De rechter, ten overstaan van wie de comparitie van 6 december 2010 is gehouden en die het tussenvonnis van 16 maart 2011 heeft gewezen, heeft dit vonnis niet kunnen wijzen om organisatorische redenen.

3.De beslissing

De rechtbank
in conventie
veroordeelt [gedaagden gezamenlijk] hoofdelijk, zodat indien en voor zover de één betaalt ook de ander zal zijn bevrijd, om aan Aspremont te betalen:
3.1.
een bedrag van € 5.901,25, vermeerderd met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het toegewezen bedrag vanaf de vervaldata van de facturen (zijnde 14 dagen na factuurdatum) tot de dag van algehele voldoening,
3.2.
een bedrag van € 700,00 aan buitengerechtelijke incassokosten,
3.3.
een bedrag van € 764,70 aan tot op heden begrote proceskosten aan de zijde van Aspremont,
3.4.
verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad,
3.5.
wijst het meer of anders gevorderde af.
Dit vonnis is gewezen door mr. C. Kraak en in het openbaar uitgesproken op 5 februari 2014. [1]

Voetnoten

1.type: