Uitspraak
AMS 13/2844 (opleggen bestuurlijke boete)
AMS 13/2991 (betalingsregeling)
- het beroep geregistreerd onder AMS 13/2844 ongegrond;
- het beroep geregistreerd onder AMS 13/2991 ongegrond.
.
Rechtbank Amsterdam
Eiser, vennoot van een taxibedrijf, kreeg een bestuurlijke boete opgelegd van €11.250 wegens het niet deugdelijk registreren van arbeids- en rusttijden zoals vereist in de Arbeidstijdenwet (Atw). De Inspectie Leefomgeving en Transport ontdekte dat eiser gebruik maakte van een uitwisbare pen in de werkmap, waardoor achteraf de registratie werd aangepast en het toezicht op naleving werd bemoeilijkt.
Eiser voerde aan dat de controle niet op het bedrijfsadres plaatsvond en dat het boetebedrag te hoog was, mede vanwege zijn financiële situatie en de noodzaak een nieuwe taxi te financieren. De rechtbank oordeelde dat het gebruik van een uitwisbare pen op zichzelf niet betekent dat geen deugdelijke registratie is gevoerd, maar dat op basis van de administratie en het boeterapport bleek dat een deugdelijk toezicht niet mogelijk was.
De rechtbank stelde vast dat eiser op acht verschillende dagen de overtreding heeft begaan en dat de boete per dag kon worden opgelegd. De financiële situatie van eiser was onvoldoende onderbouwd om matiging van de boete te rechtvaardigen. Ook het beroep tegen de betalingsregeling van 24 maanden werd ongegrond verklaard, hoewel verweerders gemachtigde toezegde bij objectieve onderbouwing van betalingsproblemen opnieuw naar een regeling te zullen kijken.
De rechtbank verklaarde beide beroepen ongegrond en wees een proceskostenveroordeling af. Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de bestuurlijke boete en betalingsregeling wordt ongegrond verklaard.