Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.Tenlastelegging
3.Voorvragen
4.Waardering van het bewijs
Het is verboden chemische afvalstoffen waarvan anderen zich hebben ontdaan, te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen zonder vergunning van onze Minister.”
Het is verboden van anderen afkomstige afgewerkte olie te bewaren, te bewerken, te verwerken of te vernietigen zonder vergunning van onze Minister.”
Indien het water verontreinigd is met minerale olieproducten valt deze afvalstof onder de definitie “met water en sediment verontreinigde minerale olieprodukten”(…) Indien de afvalstof niet valt onder deze definitie (…) is er sprake van een afvalstof die qua aard en samenstelling dermate anders is dan de bedoelde brandstofrestanten of afgewerkte olie, dat deze niet zonder meer kan worden ingezet ten behoeve van de produktie van substituutbrandstof. Een vergunning voor deze stromen kan dan ook niet worden verleend.” (0002755).
5.Bewezenverklaring
(telkens
)oliehoudende afvalstoffen, te weten oliefractie
(s
)afkomstig uit scheiding van olie/water/slib-mengsels, in ieder geval gevaarlijke afvalstoffen, op te slaan, te bewerken en/of te verwerken;
6.De bewijsmiddelen
7.De strafbaarheid van de feiten
8.De strafbaarheid van verdachte
“Sinds 1979 beschikt OVA over een milieuvergunning die niet specifieerde welke (afval)stoffen geaccepteerd mochten worden, welke be- en verwerkingen waren toegestaan en welke producten onder welke voorwaarden in het handelsverkeer mochten worden gebracht. In de Wca-vergunning uit 1993 waren meer specifieke voorschriften qua acceptatie en in het handelsverkeer brengen van producten opgenomen, maar deze vergunning expireerde op 1 juli 1998. Het gedoogbesluit waarmee deze vergunning is verlengd tot onbepaalde tijd verviel op het moment van rechtsopvolging in 2001. In de periode 2005-2007 vigeerde de vergunning uit 1979 krachtens de Wet milieubeheer. Doordat deze vergunning een ruim toepassingsbereik heeft, kan worden gesteld dat het accepteren van oliehoudende afvalstoffen, het bewerken en het als brandstof in het handelsverkeer brengen van bewerkte producten, daaronder vielen.”
9.Motivering van de straf
10.Toepasselijke wettelijke voorschriften
11.Beslissing
€ 480.000 (vierhonderdtachtigduizend euro).