Uitspraak
RECHTBANK AMSTERDAM
INTERNATIONALE RECHTSHULPKAMER
Tribunal de Grande Instance van Versailles(Frankrijk) en strekt tot de aanhouding en overlevering van:
Rechtbank Amsterdam
De zaak betreft een vordering van de officier van justitie tot het in behandeling nemen van een Europees aanhoudingsbevel (EAB) uitgevaardigd door de Franse autoriteiten in 2004. Dit EAB betreft strafbare feiten die grotendeels overlappen met feiten waarvoor de opgeëiste persoon reeds in Nederland is veroordeeld. Eerder had het openbaar ministerie het EAB in 2006 rauwkeurig afgewezen vanwege deze overlap en een eerdere weigering van uitlevering door de Minister van Justitie.
De rechtbank heeft vastgesteld dat het EAB van 2004 identiek is aan het verzoek dat in 2006 is afgewezen en dat er sindsdien geen nieuwe relevante omstandigheden zijn ontstaan. De officier van justitie heeft in 2013 alsnog gevorderd het EAB in behandeling te nemen, maar de rechtbank oordeelt dat dit in strijd is met het vertrouwensbeginsel, omdat de opgeëiste persoon gerechtvaardigd mocht vertrouwen op de eerdere afwijzing.
De rechtbank verklaart daarom de officier van justitie niet-ontvankelijk in haar vordering. De beslissing is definitief en er staat geen gewoon rechtsmiddel tegen open.
Uitkomst: De officier van justitie is niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering tot in behandeling nemen van het Europees aanhoudingsbevel.